In de tentoonstelling laten hedendaagse schrijvers, kunstenaars en wetenschappers ook zien wat de Flora Batava ons nu nog kan leren. Zij gaan in op uiteenlopende onderwerpen, zoals de kennis over de toepassingen van planten als voedsel, medicijnen en pigmenten. Daarnaast is er aandacht voor actuele vraagstukken rondom het verschijnen en verdwijnen van soorten in een steeds veranderend landschap.

In het tweede deel van de tentoonstelling zijn andere botanische schatten uit de collecties van de KB en Huis van het boek te zien: van middeleeuwse handschriften, 16de-eeuwse kruidboeken en prachtig geïllustreerde botanische plaatwerken tot art nouveau-boekbanden, Verkade-albums en moderne, op planten geïnspireerde kunstenaarsboeken.

De Flora Batava (1800-1934)

De Flora Batava is meer dan een inventaris van inheemse plantensoorten: het is de langstlopende liefdesverklaring aan de Nederlandse flora. Toen uitgever Jan Christiaan Sepp (1739-1811) op het idee kwam een ge├»llustreerd overzichtswerk van alle Nederlandse planten te publiceren, had hij geen idee welke taak hij zich op de hals haalde. Noch hij, noch de abonnees die in 1800 de eerste aflevering van de Flora Batava ontvingen, konden bevroeden dat de laatste pas in 1934 zou verschijnen. Uiteindelijk besloeg het boekwerk 461 afleveringen, verdeeld over 28 delen. Op de 2.240 platen zijn ruim 2.630 naar het leven geschilderde planten, paddenstoelen, mossen en wieren afgebeeld.

De uitgave van deze delen stond onder redactie van plantenkenners als Jan Kops (1765-1849) en Frederik Willem van Eeden (1829-1901). Zij werden geruggensteund door een uitgebreide kring van liefhebbers, amateurbotanici en hoogleraren. Een leger aan tekenaars, graveurs en lithografen verzorgde de prachtig gedetailleerde en met de hand gekleurde platen. Na de opheffing van uitgeverij Sepp & Zoon was de uitgave in handen van andere uitgevers, onder wie Martinus Nijhoff. Dit resulteerde in de tot dan toe meest complete inventaris van de inheemse flora van het land.