Een openlucht tentoonstelling in het Museumkwartier  

Een adelaar staat voor kracht, de uil belichaamt wijsheid en zwaluwen brengen geluk. We dichten vogels vaak menselijke eigenschappen toe en verheffen ze graag tot symbolen. Ze behoren tot de vroegste diersoorten en hebben ons vergezeld sinds de oertijd, toen we nog in grotten woonden.  

Ook in de hedendaagse stadsomgeving zijn ze niet weg te denken: van koerende duiven en krassende kraaien tot gezellig tsjilpende mussen en oorverdovend krijsende halsbandparkieten. En in het stadswapen van Den Haag speelt de ooievaar de hoofdrol. 

Vogels zijn enerzijds heel dichtbij en vertrouwd, anderzijds ongrijpbaar. Zelfs in een kooitje of gevangen in het vizier van natuurfotograaf of vogelaar hebben wij geen toegang tot hun leef- en belevingswereld. Ze zijn een enigma. Bovendien kunnen ze ieder moment hun vleugels uitslaan en klapwiekend verdwijnen – een eigenschap waar wij als zwaartekrachtwezens alleen maar van kunnen dromen.

Het is om al die redenen dat kunstenaars zich al eeuwenlang laten inspireren door vogels. In het Mauritshuis heeft gastcurator Simon Schama aan de hand van het beroemde Puttertje (1654) van Carel Fabritius een historisch overzicht gemaakt van ‘vogelkunst’.

In deze tentoonstelling, Modern Birds, tonen hedendaagse kunstenaars hun voorliefde voor vogels. Want ze blijven onverminderd tot de verbeelding spreken: hun gepronk met veren, hun lokroep die de lente inluidt, hun nestdrang en hun vermogen weg te vliegen en van hoog boven in de lucht een relativerende blik te werpen op het aardse leven.