Lux Buurman & Ab van Overdam – Onbeperkt houdbaar
Zijn vriendjes zijn aan het voetballen. Maar hij kan zich niet losmaken van die avontuurlijke wereld en blijft op z’n buik liggen kijken. Op weg naar huis maakt hij een omweg. Langs dat huis waar een schilderij aan de muur hangt. Vanaf de straat is dat goed te zien. Thuis vertelt hij daar over. Hij wil ook schilderen. En hij krijgt een oud laken waar hij een boom op schildert met een rode stam.
Lux is vier jaar. Ze woont op een woonboot aan de Haringkade. Naast mevrouw Hoogewerf die schildert. En hele mooie boeken heeft. Ze mag zo vaak komen als ze wil en in die boeken kijken. Mevrouw Hoogewerf maakt daar een schilderijtje van. Ze mag ook tekenen. De verf ruikt heerlijk. Ze blijft tekenen. En aan die mooie plaatjes denken.
Tweeëntwintig jaar later bel ik aan op de Kanaalweg 107. Daar heeft Ab een atelier boven de Oudt Hollandse Olieverven makerij. Om de hoek lag vroeger de woonboot. Als Ab de deur opendoet walmt de geur van olieverf me tegemoet. Het is alsof ik thuiskom. Ab weet veel van de klassieke technieken. Hij heeft daar jarenlang mee geëxperimenteerd, oude recepten uitgeprobeerd en zelf z’n verf gewreven. Dat kon je op de academie niet leren. En ik mag op zijn atelier komen schilderen. We hebben het bijzonder naar onze zin aan de Kanaalweg. Wat boeide ons, onafhankelijk van elkaar, zo in die oude technieken? Het moet een combinatie van factoren geweest zijn. In de fabrieksverf waar we op de academie mee werkten herkenden we de materie waar de oude meesters mee schilderden niet. Noch herkenden we de dieptewerking van de kleuren. Ook de verbazende verfijning soms gecombineerd met een stoer handschrift lag niet binnen de mogelijkheden van het materiaal dat voor handen was. En er was niemand die je wegwijs kon maken. Dat was ook nergens voor nodig want de tijden waren veranderd en daarmee de schilderkunst. Is dat zo? Is schilderkunst niet onbeperkt houdbaar?